Sander Dekker

Uit VSN Wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ook een pagina over Sander Dekker, (Den Haag, 9 februari 1975), kan en mag op deze wiki niet ontbreken. Terwijl dit anders dan bij bijvoorbeeld Pieter Omtzigt niet voortkomt uit een behoefte hem te roemen. Gewoonweg niet om de simpele reden dat hij met zijn ogenschijnlijk onschuldig braafste jongetje van de klas voorkomen inmiddels al door heel wat dossiers als een Bulldozer tekeer heeft weten te gaan.
"Het geheime wapen van de VVD", zo zou je hem gekscherend ook kunnen noemen.


Geschiedenis

Van 5 november 2012 tot 26 oktober 2017 was hij staatssecretaris van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet-Rutte II. Van 23 maart 2017 tot 26 oktober 2017 was hij tevens lid van de Tweede Kamer. Bij de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen 2006 en Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen 2010 was hij lijsttrekker voor de VVD in Den Haag. Van 2006 tot 2012 was hij wethouder in Den Haag. Daarnaast was hij voorzitter van het Rathenau Instituut.

Biografie

Vroege loopbaan

Hij studeerde van 1993 tot 1999 bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Tussendoor haalde hij ook een propedeuse in Nederlands Recht. Na zijn studie werkte Dekker eerst als onderzoeker en docent aan de Universiteit Leiden en deed daar veel op het terrein van politie en Rechterlijke macht. Hij werkte voor de staf van de Commissie Evaluatie Opsporingsmethoden (commissie-Kalsbeek) van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (1998-1999). Ook was hij via het COT | Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement betrokken bij het opzetten en verzorgen van onderzoek, opleidingen en trainingen op het gebied van Rampenbestrijding en Crisismanagement (1997-1998).

In 2001 was hij visiting researcher bij het Centre for European Politics, Economics and Society van de Universiteit van Oxford.

Sander Dekker begon zijn politieke loopbaan toen hij in 2003 voor de VVD in de Haagse gemeenteraad kwam. Hij hield zich daar vooral bezig met zaken op het terrein van veiligheid en sociale zaken. In 2004 werd hij fractievoorzitter en een jaar later werd hij door de leden van de VVD aangewezen als lijsttrekker.

Wethouder van Onderwijs, Jeugd en Sport (2006-2010)

Na de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen van 2006 werd Dekker wethouder van Onderwijs, Jeugd en Sport in een coalitie van PvdA, VVD en Groen Links. In de aanloop naar de verkiezingen had hij zich al hard gemaakt om deze portefeuille, die daarvoor lange tijd in handen van de PvdA was geweest, naar de VVD te halen. Hij hamerde erop dat taalachterstanden, schooluitval en werkloosheid onder jongeren drastisch moesten worden teruggedrongen.

In 2006 lanceerde Dekker vergaande plannen om het aantal drop outs in Den Haag te verminderen. Er is geen data beschikbaar of het aantal drop outs ook daadwerkelijk was afgenomen.
Ook heeft Sander Dekker zich ingezet om de zorg rond kinderen te vereenvoudigen. In 2009 was Dekker lid van de commissie-Paas, die adviseerde om de zorg rond kinderen eenvoudiger te organiseren zodat kinderen sneller en effectiever kunnen worden geholpen. De commissie-Paas hield een stevig pleidooi voor de decentralisatie van de Jeugdzorg naar gemeenten, met als doel dat het zou bijdragen aan het wegwerken van wachtlijsten in de jeugdzorg. Het kabinet-Rutte I nam deze plannen grotendeels over.

Sander Dekker was als lid van de Council (2006-2009) samen met de andere drie grote steden betrokken bij de totstandkoming van het Olympisch Plan 2028. De inzet van dit plan was om onder aanvoering van NOC*NSF toe te werken naar een beter sportklimaat in Nederland en mogelijkheden te onderzoeken om in 2028 de Olympische Spelen naar Nederland te halen. In Den Haag richtte Dekker zich vooral op de versterking van sporten met een relatie tot de zee en het strand. Zo vestigden zich geaccrediteerde Nationale Trainingscentra (NTC’s) voor beachvolleybal en zeilen in Scheveningen. Ook haalde Dekker het Wereldkampioenschap hockey mannen en Wereldkampioenschap hockey vrouwen 2014 naar Den Haag.

Dekker maakte zich ook hard voor de versterking van het academisch onderzoek en onderwijs in Den Haag. Aangezien Den Haag van oudsher geen universiteitsstad is, werkte hij daarbij veel samen met de Universiteit Leiden.

Wethouder van Financiën en Stadsbeheer (2010-2012)

In 2010 was Dekker wederom lijsttrekker voor de VVD tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Na een lastige formatie werd hij wethouder van Financiën en Stadsbeheer in een coalitie van de PvdA, VVD, D66 en CDA.

Er werd vanaf 2010 fors ingegrepen in het eigen ambtenarenapparaat, dat 15 tot 20 procent werd gereduceerd. Ook werden subsidies op het vlak van welzijn en cultuur gekort. Daar werd tegenover gesteld "dat er op economisch belangrijke terreinen als onderwijs, veiligheid en bereikbaarheid juist werd geïnvesteerd". Dekker slaagde erin om de tijdens de verkiezingen beloofde lastenverlichting door te voeren. Zo verlaagde hij de onroerendezaakbelasting (OZB) voor bewoners met 10 procent en werd deze belasting voor sportverenigingen en startende ondernemers afgeschaft. Den Haag werd daarmee volgens het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen een van de meest voordelige woonsteden in Nederland.

Staatssecretaris van OCW (2012-2017)

Op 6 december 2012 maakte Dekker zijn omroepplannen bekend. De Publieke Omroep verenigingen kregen vanaf 2016 een minimumbedrag en daarnaast zouden de religieuze "kleine" omroepen verdwijnen, omdat het budget op nul werd gezet. Feitelijk vroeg het plan voor behoud van de zendmachtiging om nadere uitwerking. Acht van de dertien regionale omroepen waren tegen samenwerking omdat dit volgens hen de journalistieke onafhankelijkheid zou aantasten, zoals in de voorgestelde plannen van Dekker.

In juli 2015 stelde Dekker aan de Tweede Kamer voor om de onderwijswetgeving op twee punten te wijzigen:

  1. De vrijheid van onderwijs aan te passen, zodat van nieuwe scholen in de toekomst niet langer zou worden geëist dat zij een levensbeschouwelijke richting vertegenwoordigen. Scholen zouden dan kunnen dan worden opgericht op basis van een goed onderwijsidee.
  2. Een strengere toetsing op kwaliteit te introduceren. "De vrijheid van onderwijs mocht immers nooit een vrijbrief zijn voor slecht onderwijs," aldus Dekker.

Dekker kreeg voor zijn beleid in het kabinet-Rutte II een onvoldoende (4,6) van de directeuren in het basis- en voortgezet onderwijs. Dit bleek uit de door DUO gehouden Politieke Barometer Onderwijs van maart 2017.

Minister voor Rechtsbescherming (2017-2020)

Vanaf 26 oktober 2017 t/m december 2021 notabene 'Minister voor Rechtsbescherming' in het kabinet-Rutte III.

Externe linken


Terug naar de Hoofdpagina